Artikel 4

Art. 4 dw | Onderzoek van goederen

  1. De inspecteur is bevoegd over te gaan tot een onderzoek van goederen en het eventueel nemen van monsters voor analyse of grondige controle ingeval geen aanvaarding van een douaneaangifte heeft plaatsgevonden.
  2. Ten behoeve van het onderzoek is, op vordering van de inspecteur, de persoon die goederen vervoert die zich niet in of op een vervoermiddel bevinden, gehouden terstond stil te staan.
  3. De inspecteur is bevoegd aan controle te onderwerpen:
  4. gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen;
  5. spoorwegemplacementen en plaatsen voor distributie en overslag voor goederen die over de weg worden vervoerd, havens;
  6. alle plaatsen waar schepen kunnen aanmeren, waaronder begrepen havengebieden en haventerreinen;
  7. alle vliegvelden, vliegstrips, luchthavens, luchtvaartterreinen en helikopterlandingsplaatsen;
  8. stranden en territoriale wateren;
  9. vervoermiddelen en de op of in die vervoermiddelen aanwezige woningen.
  10. Onder controle in de zin van het derde lid wordt mede verstaan doorzoeking.
  11. De inspecteur is bevoegd met het oog op de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in dit artikel, van de bestuurder dan wel de gezagvoerder van het vervoermiddel te vorderen dat deze zijn vervoermiddel vaart laat minderen, bijdraait, landt, stilhoudt, naar een door hem aangewezen plaats overbrengt, aanlegt en de motor buiten werking stelt. De in dit lid bedoelde personen zijn gehouden aan de vordering te voldoen.