In deze wet wordt verstaan onder:
- lokalen voor openbare dienst: Lokalen welke benut worden door overheidsinstanties of organisaties die in het maatschappelijk belang handelen;
• voorbeelden: het politiebureau, ziekenhuis, het depot van de OMS en het stadhuis;
• garages toebehorende aan een lokaal voor openbare dienst en hun in-/uitritten; - openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg;
- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
- weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
- inbrekerswerktuigen: Middelen die bestemd zijn om een inbraak te vergemakkelijken, waaronder lockpicks en breekijzers.