Artikel 4

Art. 4 WO | Hinderlijk gedrag bij afzetting

  1. Het is verboden bij een afzetting (waaronder wegafzettingen) van de opsporingsambtenaar of hulpverlener:
    a. Deze afzetting, in strijd met het beoogde doel van de opsporingsambtenaar, binnen te dringen;
    b. Zonder vordering van de opsporingsambtenaar het afgezette gebied te betreden;
    c. Niet op de beoogde wijze de wegafzetting passeren, niet de instructies van een omleiding volgen;
    d. Onvoldoende afstand te houden van barricades, provocaties veroorzaken bij deze barricades;
    e. Op enige wijze mogelijke in/uitritten voor hulpverleners te blokkeren.
    Bij overtreding van een feit wordt direct (ter plaatse) een straf van 15 uren taakstraf toegekend