Artikel 2

Art. 2 WO | Risicogebieden

  1. In een onder lid 2 genoemde omstandigheid, is iedere opsporingsambtenaar gemachtigd tot de doorzoeking van het lichaam, kleding, accessoires, vervoermiddelen, goederen en/of verpakkingen van goederen behorende aan een persoon ter preventie van handel in of gebruik/vervoer van illegale wapens (WWM) of verboden drugs (OPW).
  2. Preventief fouilleren wordt nodig geacht:
    1° Gedurende acties en handelingen van een opsporingsambtenaar in toegewezen hoog-risicogebied;
    2° Gedurende acties en handelingen van een opsporingsambtenaar bij samenscholingen en ongeregeldheden, vastgesteld in artikel 3 van deze wet;
    3° In de directe omgeving van meldingen of bij signalementen waar illegale wapens, zoals bedoeld in de Wet Wapens en Munitie en/of illegale drugs, zoals bedoeld in de Opiumwet, 4° In de directe omgeving van meldingen of bij signalementen waarbij de handel, verkoop of productie van drugs een vermoedelijke of bewezen rol spelen.